Thailand in twee weken: van de stranden in Krabi tot de tempels van Chiang Mai

Thailand wordt door sommigen wel eens ‘instap-Azië’ genoemd. Veel mensen die voor het eerst naar zuid-oost Azië gaan, starten namelijk hier. En dat is niet zo vreemd: Thailand is zeer goed ingespeeld op toerisme. Precies dát was de reden waarom ik hier -tot voor kort- eigenlijk juist niet heen ging: het oogde net iets te massaal naar mijn smaak. Maar eerlijk is eerlijk: inmiddels ken ik al heel wat mensen die ontzettend enthousiast terugkwamen uit dit land en dat maakte me toch nieuwsgierig… hoe zou ik het er vinden? En is het heel anders dan Maleisië, Indonesië, Vietnam en Cambodja? Je leest het in deze blog: onze reis door Thailand in twee weken!

Kanchanaburi: geschiedenis en watervallen

Het start- en vertrekpunt van onze reis door Thailand in twee weken was (hoe kan het ook anders) Bangkok. We besloten echter om niet in deze drukke stad te blijven, maar meteen door te reizen naar het rustigere Kanchanaburi. Dat kan in circa drie uur met de trein of een gedeelde minivan, maar wij kozen voor de gemakkelijke weg en namen een taxi vanaf het vliegveld. We verbleven in Good Times Resort, prachtig gelegen aan de rivier Kwai met een geweldig restaurant.

Thailand in twee weken

In Kanchanaburi kun je eigenlijk niet om de oorlogsgeschiedenis van deze regio heen. Sterker nog, de meeste mensen komen juist hierheen om de Bridge over the river Kwai te bezoeken. Ook Death Railway en de Hellfire Pass zijn zeer bekend: bij het aanleggen van deze strategische spoorlijn in 1942 zijn, onder het beruchte bewind van de Japanners, ongeveer 15.000 krijgsgevangenen en 100.000 burgers om het leven gekomen. Daar zaten ook Nederlandse gevangenen tussen. Het zijn niet de meest vrolijke onderwerpen, maar een bezoek aan deze plekken is erg indrukwekkend!

Thailand in twee weken

Op zo’n zeventig kilometer van Kanchanaburi vind je ook Erawan National Park, dat vooral beroemd is vanwege zijn prachtige watervallen. Wij vonden dit echt een hoogtepunt. Wandelen door de groene jungle, afkoelen bij watervallen met prachtig blauw water: je waant je in een tropisch paradijs! In totaal heb je zeven ‘levels’ en de ene waterval is nog mooier dan de andere. Neem wel goede schoenen en voldoende water mee, want hoe hoger je komt, hoe meer je moet klauteren. Toch is het pad niet moeilijk begaanbaar – het is er echter wel erg warm. Tip: bij ons was de allereerste waterval en alles boven level vijf relatief drukbezocht, daarom besloten wij juist te gaan afkoelen bij een iets kleinere waterval tussen level vier en vijf. Perfect, want we hadden deze prachtige plek he-le-maal voor onszelf!

Thailand in twee weken

Ook leuk om te doen in Kanchanaburi:

  • Huur een fiets om op eigen houtje de Bridge over the river Kwai, het JEATH Museum en de oorlogsbegraafplaats te bezoeken. Stop onderweg voor je lunch bij Bicycle Cafe.
  • Huur een longtailboot voor een tochtje over de rivier. Met name erg mooi aan het einde van de dag, wanneer de zon onder gaat.

Chiang Mai: tempels en een kookworkshop

Vanuit Kanchanaburi reisden we terug naar Bangkok en vlogen we naar Chiang Mai. Met Air Asia zijn deze vluchten gelukkig helemaal niet zo duur en het scheelt je veel tijd, zeker als je Thailand in twee weken wilt zien. Hier verbleven wij vier nachten in Lamduan Boutique Homestay: een prachtige plek, dat echter wel buiten het stadscentrum ligt. Als je van rust houdt is dit the place to be, maar als je snel & gemakkelijk de oude stad in wilt wandelen, kun je beter een accommodatie in het centrum zoeken. Qua vervoer kun je één van de tuktuks of rode (gedeelde) taxibusjes nemen, ook naar het hoger gelegen Doi Suthep. Zelf maakten we ook vaak gebruik van de app Grab, eigenlijk de Uber van Thailand. Handig!

Chiang Mai is best een drukke stad, maar totaal niet vergelijkbaar met de drukte van Bangkok. De sfeer is hier veel relaxter, op praktisch elke straathoek vind je een mooie tempel en er is veel minder hoogbouw. Zowel overdag als ’s avonds is het een levendige stad waar wij ons goed hebben vermaakt. We bezochten enkele van de ruim driehonderd (!) tempels in Chiang Mai, waaronder de bergtempel Doi Suthep, Wat Chedi Luang en Wat Phra Sing. We vonden het ook erg leuk om de Night Bazaar en (als je er op zondag bent) Sunday Walking Street te bezoeken. Ook hebben we in Chiang Mai diverse massagesalons uitgeprobeerd, want voor een paar euro gemasseerd worden… dat vind je niet zo gauw in Nederland ;-). De twee beste vonden wij Waya Spa (ietsje duurder, maar wel heel goed) en Giving Tree Massage.

Lekker eten kan je ook héél goed in Chiang Mai! Restauranttips: ga voor de Indiase proeverij naar Le Spice, eet de lekkerste fried rice bij Dada Kafe en proef de vegetarische pad thai van Its Good Kitchen. Maar het allerleukste vonden wij nog om zelf Thaise gerechten te maken tijdens de kookworkshop bij Zabb-E-Lee Cooking School. De workshop werd met een veel humor, verse ingrediënten en een leuke groep gegeven, echt een aanrader.

Vanuit Chiang Mai maakten wij ook een excursie naar Doi Inthanon National Park. We bezochten twee watervallen, een bergdorpje, misty forest en de King & Queen Pagoda’s. Wij vonden deze dagtrip in groepsverband iets minder geslaagd, maar het park zelf is wel erg mooi. Ik zou dus aanraden om dit op eigen houtje te doen en goed het weerbericht te checken, want het weer kan slecht zijn. Neem sowieso je regenjas mee!

Ao Nang (Krabi): strand en mangrove

Vanuit Chiang Mai namen we een binnenlandse vlucht naar Krabi, de bekende kustprovincie aan de Andaman Zee in het zuiden. Hier verbleven wij in het stadje Ao Nang bij Vipa Tropical Resort. Helaas hadden we wel een beetje pech: door de harde wind wilden de boten niet uitvaren en konden wij enkele hoogtepunten niet bezoeken, zoals Railay Beach en andere mooie eilandjes voor de kust. Jammer, maar we hebben ons gelukkig niet hoeven vervelen.

In Ao Nang zelf vind je een fijn strand en een gezellige (maar kleine) promenade met restaurantjes en winkeltjes. Wij huurden een scooter en verkenden ook de omgeving van Ao Nang: van het prachtige Klong Muang Beach tot de Nopparat Thara Pier en een heerlijke lunch bij Krabi Sands Restaurant. Het ideale van een scooter is dat je natuurlijk alle vrijheid hebt om te gaan en staan waar je wilt. Je kunt dan ook gemakkelijk leuke restaurantjes bezoeken, zoals Govinda’s Restaurant (vegan en vegetarisch) en Kodam Kitchen.

Ook een onvergetelijke ervaring: kayakken door de mangrove bij Tha Lane Bay. Het eerste stukje over zee was door de wind best intens, maar daarna kwamen we gelukkig in rustiger water terecht. De gids leidde ons naar grotten, langs rotsen en door de dichtbegroeide mangrove, echt een plaatje om te zien!

Bangkok: uitvalsbasis voor Ayutthaya en Bang Krachao

Bangkok, tja… je houdt ervan of je vindt het helemaal niks, volgens mij. Ik vrees dat ik bij de laatste groep hoor. Op zich heb ik niks tegen grote steden, want Ho Chi Minh en Kuala Lumpur vond ik best leuk, maar Bangkok vond ik gewoon niet zoveel sfeer hebben. Veel hoogbouw, veel verkeer, veel uitlaatgassen. Daarom verbleven we hier maar enkele nachten en kozen we ervoor om vooral buiten de stad iets te gaan doen. We waren wel erg blij met ons verblijf in The Twelve Hotel: het was er zó stil, en dat terwijl we echt midden in Bangkok zaten!

Vanuit Bangkok ben je in circa 1,5 uur met een taxi of minivan in Ayutthaya, de oude hoofdstad van wat ooit het koninkrijk Siam was. De stad staat niet voor niets op de UNESCO Werelderfgoedlijst: je vindt er prachtige tempels en ruïnes. De hoogtepunten zijn onder andere:

  • Wat Chai Watthanaram (een van de grotere tempelcomplexen)
  • Wat Phra Mahathat (hier vind je het bekende boeddhahoofd, vergroeid in boomwortels)
  • Wat Yai Chai Mongkhon (met prachtige, intacte boeddhabeelden)
  • Wat Lokayasutharam (de liggende boeddha van 37 meter is niet te missen)
  • Wat Phanan Choeng (met een imposant, negentien meter hoog Boeddhabeeld van goud).

Op dag twee besloten we de drukte van Bangkok te ontvluchten en namen we vanaf de Khlong Toei Pier in Bangkok een bootje naar de overkant. Binnen enkele minuten waren we op onze bestemming: Bang Krachao, ook wel ‘de groene long van Bangkok’ genoemd. En wat was het mooi! Ik kon haast niet geloven dat deze groene oase ook bij de stad hoorde. Op de pier huur je voor weinig geld een fiets, krijg je een plattegrond mee en kun je op eigen houtje dit schiereiland gaan ontdekken. Tip: verlaat af en toe de geasfalteerde hoofdweg en kies juist voor de kleine zijweggetjes, dan kom je op de mooiste plekken uit waar geen toerist te bekennen is. Echt ontzettend leuk.

Thailand in twee weken, wat vonden we ervan?

We kijken terug op een heerlijke vakantie, ik mis het nu al. Wel moet ik natuurlijk nog even terugkomen op het begin van deze blog: want is Thailand inderdaad zo anders gebleken dan de andere landen die ik bezocht in zuidoost-Azië? Het antwoord: ja, toch wel. Zoals ik wel al had verwacht kom je er namelijk véél medetoeristen tegen en is het hele land sowieso flink ingespeeld op het massatoerisme. Logisch ook, het is hun bron van inkomsten.

Het positieve daarvan is dat je een heel relaxte vakantie hebt: alles kan, niks is te moeilijk en er zijn altijd leuke hotels en restaurants te vinden. De keerzijde is dat je nooit een mooie plek voor jezelf hebt, hoewel foto’s misschien anders doen vermoeden. Ook weet ik niet zo goed of ik het ‘echte leven’ van Thailand heb gezien of vooral de constructie die er bestaat voor toeristen. Hoe dan ook: er is geen twijfel over mogelijk dat Thailand een veelzijdig land is met vriendelijke mensen, een rijke cultuur, prachtige natuur en natuurlijk heerlijk eten. Alle ingrediënten voor een topvakantie dus, en die medetoeristen neem je dan wel voor lief ;-).